Hieronder treft u de begeleidende brief aan die het Vervangingsfonds aan Trouw heeft geschreven over herkomst, betrouwbaarheid, vergelijkbaarheid, e.d. van de verstrekte informatie. Aan het Dagblad Trouw, Conform uw verzoek doen wij u hierbij de ziekteverzuimcijfers toekomen van onderwijsgevend personeel van VO-scholen voor het schooljaar 2004-2005. Deze cijfers zijn (via het salarissysteem CASO) aan het Vervangingsfonds geleverd door de scholen, c.q. administratiekantoren. De ervaring leert dat bij de interpretatie van verzuimcijfers en/of bij een vergelijking tussen sectoren vrij snel onjuiste conclusies worden getrokken. In dat verband verzoeken wij u dan ook rekening te houden met de volgende aspecten: - Personen, die langer dan een jaar ziek zijn, tellen nog mee in de berekening van de ziekteverzuimcijfers. In de marktsector wordt tot één jaar ziekteverzuim meegeteld.
- Uit onderzoek is gebleken dat deze cijfers altijd enigszins “vervuild”, en meestal iets te hoog zijn. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat een hersteldmelding niet wordt doorgegeven. Dat maakt de cijfers meer geschikt om algemene ontwikkelingen in het ziekteverzuim te duiden.
- Vanwege bovenstaande complicaties laat het Vervangingsfonds, samen met het ministerie van OCW, jaarlijks door een extern onderzoeksbureau (Regioplan) een onderzoek uitvoeren naar de daadwerkelijke hoogte van het ziekteverzuimpercentage voor de VO-sector. Regioplan baseert zich daarbij ook op bijgaande gegevens, maar past daarop vervolgens op sectorniveau een aantal correctiefactoren toe. Dat onderzoek van Regioplan biedt echter weer niet de mogelijkheid om op schoolniveau uitspraken te doen over de hoogte van het ziekteverzuim.
- De VO-populatie is – zeker in vergelijking met de marktsector - gemiddeld genomen ouder en bestaat voor een relatief groter deel uit vrouwen en part-timers. Die groepen kennen gemiddeld een hoger ziekteverzuim.
|