Het bestuur van het Participatiefonds heeft besloten om per 1 augustus 2011 de beëindigingovereenkomst (artikel 9 sub u Reglement) als zelfstandige ontslaggrond te schrappen. Dat betekent niet dat het reglementair onmogelijk is geworden om een melding op grond van een beëindigingsovereenkomst te doen. Wel is het zo dat bij een melding waarbij sprake is van een beëindigingovereenkomst, voortaan getoetst wordt op de reden die aanleiding was voor een bestuur om een personeelslid voor te stellen tot beëindiging van de dienstbetrekking te komen. Van deze aanstaande reglementswijziging heeft u kennis kunnen nemen via de publicatie op 21 april 2011 op de site www.vfpf.nl, via www.instroomtoets.nl en via het juninummer van Rentree. Voor besturen die reeds een beëindigingsovereenkomst hadden gesloten die pas op of na 1 augustus 2011 wordt geëffectueerd, kan bovenstaande reglementswijziging een extra hindernis zijn als het gaat om de instroomtoets. Want waar artikel 9 sub U alleen de inspanning categorie IV (hulp bij het zoeken naar werk, extern) vraagt, wordt bij veel andere ontslaggronden, zoals onbekwaam/ongeschikt voor de functie, ook de inspanning Categorie I, II en III (hulp bij behoud van werk, intern) verlangd. Daarom heeft het bestuur besloten om, bij wijze van overgangsrecht, ontslagmeldingen waaraan een beëindigingovereenkomst ten grondslag ligt die vóór 24 juni 2011 is gesloten maar die in werking treedt op of na 1 augustus 2011, nog te toetsen op het oude artikel 9 sub U.
|