Onlangs is het nieuwe Reglement Vervangingsfonds voor het Primair Onderwijs voor het schooljaar 2011-2012 vastgesteld. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder weergegeven. • artikel 1 sub 15: Onderwijspersoneel
De begripsbepaling ‘Onderwijspersoneel’ is gewijzigd. Met deze wijziging wordt geëffectueerd dat leden van een college van bestuur met een aanstelling of benoeming, bij het Vervangingsfonds verzekerd zijn. Het betreft een tussentijdse wijziging van het Reglement 2010-2011 per 2 december 2010, die nu in de integrale tekst van het Reglement 2011-2012 is opgenomen. • artikel 23 sub B: Vervanging van bovenschools management en leden van een college van bestuur
Naar aanleiding van de gewijzigde begripsbepaling ‘Onderwijspersoneel’ is artikel 23 sub B aangevuld met de zinsnede ‘leden van een college van bestuur”. Het betreft een tussentijdse wijziging van het Reglement 2010-2011 per 2 december 2010, die nu in de integrale tekst van het Reglement 2011-2012 is opgenomen. • De mogelijkheid tot eigen risicodragerschap voor grote schoolbesturen
Grote schoolbesturen krijgen de mogelijkheid om per 1 augustus 2011 tot 1 augustus 2013 eigen risicodrager te worden voor de vervangingskosten die ontstaan gedurende de eerste 52 weken afwezigheid van personeel als gevolg van ziekte. Om grote schoolbesturen te kunnen identificeren wordt in het Reglement Vervangingsfonds een onderscheid gemaakt tussen reguliere schoolbesturen en grote schoolbesturen. Als groot schoolbestuur wordt aangemerkt een schoolbestuur dat op grond van de bekostigingsbeschikking van het Ministerie van OCW over het kalenderjaar 2010 aanspraak heeft op tenminste € 20 miljoen structurele bekostiging. Grote schoolbesturen worden door het Vervangingsfonds automatisch als eigen risicodrager aangemerkt. Wel is voorzien in een ontheffingsmogelijkheid. Ontheffing betekend dat het schoolbestuur aanspraak kan blijven maken op de reguliere vervangingsbekostiging. Voor de eigen risicodrager komt ziektevervanging eerst voor bekostiging in aanmerking nadat een wachttijd van 52 weken in acht is genomen. Bij onderbreking van het ziekteverzuim begint overigens niet direct een nieuwe periode van 52 weken te lopen. Wanneer de onderbreking minder dan 4 weken bedraagt, wordt het ziekteverzuim namelijk geacht te zijn voortgezet. In het Reglement is ook voorzien in een overgangsregeling. Bij vervanging van personeel dat al afwezig is wegens ziekte vóór 1 augustus 2011, en dat per 1 augustus 2011 nog steeds ziek is, wordt de periode van 52 weken verminderd met de periode van afwezigheid voor 1 augustus 2011. Besturen die eigen risicodrager worden, kunnen de door het Vervangingsfonds bekostigde vervangingspool desgewenst handhaven. Nu is het wel zo dat de in de pool benoemde personen in principe niet langer kunnen worden ingezet ter vervanging van ziekte in de eerste 52 weken. Dit beperkt de mogelijkheden voor het schoolbestuur om te voldoen aan de minimale inzet voor vervanging. Bovenstaande wijziging vindt zijn weerslag in de volgende artikelen:
artikel 1a
artikel 2, eerste lid, sub 1
artikel 2, tweede lid
artikel 3, eerste lid, onder c
artikel 10, tweede lid
artikel 18, vierde lid, onder 5, 6 en 7
|