Terug naar Actueel

#Concept wetsvoorstel ‘modernisering Participatiefonds en afsluiten Vervangingsfonds’

Nieuws

De eerste versie van het concept wetsvoorstel voor de ‘beëindiging aansluiting bij het Vervangingsfonds en de hervorming van het Participatiefonds’ is door middel van een internetconsultatie openbaar gemaakt. Wat houdt dit wetsvoorstel in grote lijnen in en wat is het verdere traject na deze versie?

klimrek

#Concept wetsvoorstel ‘modernisering Participatiefonds en afsluiten Vervangingsfonds’

Bekijk hier de internetconsultatie van het eerste concept voor het wetsvoorstel.

De toekomst van de fondsen

Het wetsvoorstel is de juridische uitwerking van wat eerder door Minister Slob in een brief aan de Tweede Kamer is aangekondigd over de toekomst van de beide fondsen. Het wetsvoorstel is nodig om de modernisering uit te kunnen voeren die door de sociale partners en het bestuur van VfPf geschetst is.

Vervangingsfonds (Vf)

Zoals in de brief stond, zijn OCW en de sociale partners het erover eens dat we willen toewerken naar de situatie dat de schoolbesturen in het PO zelf de kosten voor  vervanging kunnen dragen. Dat betekent dat de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds op termijn niet meer nodig is. Het moment waarop dit mogelijk is, hangt af van 8 criteria (zie onderaan), die jaarlijks gemonitord worden door de sociale partners. Pas als de sector er helemaal klaar voor is, vervalt de verplichte aansluiting bij het Vf. De sociale partners bepalen dat moment. Het Vf ondersteunt alle schoolorganisaties bij dit traject.

Er moet daarvoor echter een aantal zaken aangepast worden in de wet. Dit wetsvoorstel regelt welke artikelen er op dat moment geschrapt zullen worden en wanneer besloten wordt om dit deel van het wetsvoorstel in werking te laten treden. Daarmee vervallen dan de taken van het Vervangingsfonds en het Participatiefonds krijgt tijdelijk een aantal bevoegdheden om de laatste lopende zaken af te wikkelen.

Het ministerie heeft om praktische redenen gekozen om deze beëindigingsartikelen nu alvast op te nemen in één wetsvoorstel samen met de artikelen voor de hervorming van het Participatiefonds. Zo staat alles klaar voor een goede afwikkeling en kan er ingespeeld worden op de ontwikkelingen in de sector. Door alles in één wetsvoorstel te zetten, is er snel de broodnodige duidelijkheid.

Het wetsvoorstel regelt dus niet wanneer de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds komt te vervallen. Dat bepalen de sociale partners aan de hand van de volgende indicatoren in de jaarlijkse monitor:

  • Basispremiepercentage
  • Kans op meer dan 10% overschot/tekort
  • Overhead t.o.v. de basispremie
  • Aandeel schoolbesturen met continuïteitsrisico’s in het fonds
  • Ziekteverzuimpercentage
  • Vervangingsgraad
  • Omvang van het fonds (in aantal besturen en grondslag)
  • Omvang van de financiële varianten (in aantal besturen en grondslag)

Participatiefonds (Pf)

Het Participatiefonds is bezig met moderniseren om de collectieve werkloosheidskosten beter te kunnen beheersen en de dienstverlening voor u als klant te verbeteren. Daarvoor moet een aantal artikelen in de WPO en WEC gewijzigd worden.

Het Pf is volop bezig met de voorbereidingen, maar de uitvoering kan pas echt starten nadat het wetsvoorstel in werking is getreden.

Hoofdlijnen van het wetsvoorstel:

  • de taak van DUO om werkloosheidskosten te verrekenen met de bekostiging zal komen te vervallen;
  • daarvoor in de plaats krijgt het Pf de bevoegdheid om die kosten direct bij de aangesloten schoolbesturen in rekening te brengen;
  • schoolbesturen moeten een, door het Pf te bepalen, premie aan het Pf betalen;
  • het Pf biedt waarborgen voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen (zowel WW als bovenwettelijk, en inclusief kosten zoals pensioenpremies en arbeidsongeschiktheidspremies);
  • de huidige praktijk waarbij het Pf de werkloosheidskosten eerst voorfinanciert (en betaalt aan UWV en WWplus) en daarna bepaalt wat het schoolbestuur daaraan moet bijdragen wordt expliciet gemaakt;
  • het Pf krijgt de taak scholen te ondersteunen bij het voorkomen van werkloosheid(skosten) en voert de re-integratie na werkloosheid uit.
  • het Pf krijgt de bevoegdheid om algemeen verbindende voorschriften vast te stellen (in het reglement) mbt de voorwaarden waaronder en de wijze waarop kosten in rekening worden gebracht bij de schoolbesturen. Onderdeel daarvan is ook dat het Pf kan bepalen wat de hoogte van de Eigen Bijdrage van het schoolbestuur dan is;

Niet alle onderdelen zijn dus nieuw, voor een deel gaat het ook om een nieuwe formulering die meer in lijn is met de onderdelen die wel nieuw zijn.

Relatie met andere wetsvoorstellen

Verder is het goed om te weten dat de modernisering van het Pf ook afhankelijk is van de inwerkingtreding van de WNRA (Wet normering rechtspositie ambtenaren) voor het onderwijsveld. Die wet zorgt ervoor dat de arbeidsrechtelijke positie voor zowel het openbaar onderwijs als het bijzonder onderwijs gelijk wordt getrokken. Ook het openbaar onderwijs komt dan onder de werking van de WWZ (Wet werk en zekerheid) te vallen. Pas nadat de WNRA van kracht is, kan het Pf de modernisering doorvoeren. De inwerkingtreding van de WNRA voor het onderwijs is vooralsnog gepland op 1 januari 2020. Dit is echter een apart traject en is geen onderdeel van het wetsvoorstel voor de fondsen dat nu in concept gepubliceerd is.

Welke stappen volgen hierna?

Na deze fase waarin het wetsvoorstel als eerste concept openbaar wordt gemaakt, gaan verschillende organen van de rijksoverheid er nog naar kijken en het toetsen op uitvoerbaarheid.  Het ministerie kan nog wijzigingen doorvoeren als gevolg van de reacties die zij ontvangt. 

Zodra het wetsvoorstel uiteindelijk naar de Tweede Kamer gaat, is de inhoud weer openbaar. De Tweede Kamer kan nog eventuele wijzigingen via suggesties of amendementen aanbrengen. Wanneer de Tweede Kamer akkoord is, buigen ook de Eerste Kamerleden zich hier nog over. Zij kunnen echter geen wijzigingen meer aanbrengen.

Na de goedkeuring door zowel de Tweede als de Eerste Kamer kan de wet in werking treden. In een zogenaamd Koninklijk Besluit staat het moment genoemd waarop dit gebeurt.

Voor de onderdelen in het wetsvoorstel die betrekking hebben op de hervorming van het Participatiefonds wordt uitgegaan van de ingangsdatum 1 augustus 2020. Voor de beëindiging van de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds is nog geen datum bepaald. Voor beide onderdelen zullen dus aparte Koninklijke Besluiten worden gepubliceerd. Meestal is dat pas vrij kort voor het daadwerkelijke inwerkingtredingsmoment.