#Premiesysteem van Pf in vergelijking met andere sectoren
In het PO zijn werkgevers eigenrisicodrager voor werkloosheidskosten. Zij betalen premie aan het Participatiefonds. Hoe verhoudt zich die premie en de systematiek om kosten te vergoeden tot het stelsel van andere sectoren? Wat zijn de verschillen? En wat is de gedachte erachter?
Eigen risicodragerschap voor werkloosheidsuitkeringen
Voor de overheid en onderwijssectoren (‘O&O’ werkgevers) geldt een uitzondering op het reguliere stelsel voor het betalen van werkloosheidskosten. Het idee daarachter is dat deze sectoren meer eigen verantwoordelijkheid moeten hebben voor de werkloosheidsuitkeringen die zij zelf veroorzaken. Dit staat in artikel 72a WW. Deze werkgevers moeten
- hun werknemers die recht (gaan) hebben op een uitkering weer aan het werk helpen, met van-werk-naar-werk-trajecten
- én de kosten van de uitkering aan UWV terugbetalen.
Hoe werkt dit in het PO?
In het PO is ervoor gekozen om dit collectief te organiseren en daar is het Participatiefonds (Pf) voor opgericht. De taken van het Pf zijn ook in de wet (WPO en Wec) opgenomen.
Werkgevers betalen standaard een eigen bijdrage van 50% van de werkloosheidskosten. Onder bepaalde voorwaarden kan dit verlaagd worden naar 10%. Alle schoolbesturen betalen premie aan Pf. Dat geld gebruikt Pf om het collectieve deel van een uitkering te betalen (50% of 90%). Zowel van de wettelijke WW als de bovenwettelijke regelingen. Daarnaast financiert het Pf ook
- de re-integratiebegeleiding van uitkeringsgerechtigden naar een baan, zodat deze de uitkering weer snel kunnen verlaten
- advies en ondersteuning op HR om uitval van personeel te voorkomen
De premie die werkgevers in het PO hiervoor betalen is in 2026: 0,6%
Hoe werkt dit in het VO?
Ook het VO is eigenrisicodrager en heeft dit gedeeltelijk collectief georganiseerd. Het VO heeft echter een ander systeem, namelijk ‘normatief verevenen’. 75% van de uitkeringskosten worden collectief betaald en 25% komt voor rekening van het individuele schoolbestuur.
Er gelden geen voorwaarden. Een VO-werkgever betaalt 25% van de werkloosheidskosten, ongeacht of deze de werknemer heeft geholpen met een van-werk-naar-werk-traject. Door de 25% individuele verantwoordelijkheid wil het VO werkgevers wel stimuleren om uitkeringskosten te voorkomen. Uit een onderzoek in 2024 door CAOP blijkt echter dat veel werkgevers in het VO vinden dat de eigen bijdrage i.v.m. de prikkelwerking hoger zou mogen zijn. Mede daarom is besloten dat het VO per 1-1-2028 overgaat op een stelsel met een 50%-50% verdeling. Dit gaat dan gelden voor alle betalingen vanaf die datum.
Hoe werkt het voor andere sectoren?
Alle overige sectoren gebruiken het reguliere stelsel voor werkloosheidskosten. Werkgevers dragen een WW-premie af aan het Algemeen Werkloosheidsfonds: AWf-premie. Ze hoeven vervolgens niet bij te dragen aan de individuele WW-kosten.
De premie is hoog en afhankelijk van het personeelsbestand van de onderneming:
- voor vaste contracten: lage AWf-premie van rond 2,7%
- voor flexcontracten: hoge AWf-premie van rond 7,7%
De gedachte daarbij is dat de kans op uitkeringskosten bij flexcontracten groter is dan bij vaste contracten. Het is dus een risico-inschatting over alle werkgevers in Nederland.
Zie voor meer info: Premiedifferentiatie WW: lage en hoge AWf-premie | Belastingdienst
Er wordt geen rekening gehouden met acties die een werkgever vooraf neemt om werkloosheid te voorkomen. En ook niet met hoeveel uitkeringskosten een werkgever zelf heeft ‘veroorzaakt’.
Dus: Als een werkgever geen uitkeringskosten veroorzaakt, bijvoorbeeld door een goed van-werk-naar-werk beleid, betaalt hij evenveel aan premie als een andere werkgever met een zelfde type personeelsbestand die veel uitkeringskosten veroorzaakt.
Dit stelsel geldt alleen voor de wettelijke WW-uitkeringen.
Welk systeem is beter, duurder of voordeliger?
Je kunt niet stellen dat het ene stelsel goedkoper of duurder is dan het andere. Dat hangt af van de individuele situatie van een organisatie. En ook niet of het ene beter is dan het andere. De stelsels hebben namelijk een andere wettelijke basis en dienen elk een ander doel.