#Best practices verzuim: Christelijke Basisschool de Glashorst, Scherpenzeel

Deel deze pagina:

Met een gemiddeld ziekteverzuim van 5,9% is het verzuim in het PO hoog in vergelijking met andere sectoren. Maar dat is niet over de hele linie het geval. Er zijn ook scholen waar sprake is van een structureel laag of continu dalend verzuim. Hoe komt dat? Welke aspecten spelen hierbij een rol? VfPf gaf onderzoeksbureau Regioplan opdracht dit voor de sector te onderzoeken. Centraal in het rapport staan 8 interviews met scholen met een laag verzuim. Lees hieronder interview 1.

#De vrijheid om eigen beleid te voeren: vertrouwen als basis

Directeur Jan Bos van basisschool de Glashorst vertelt bevlogen over zijn werk. “Een goede directeur geeft zijn personeel niet iets te doen, maar iets om in te geloven. Als ik iets wil bereiken, hoe krijg ik dan de acceptatie, draagvlak en dat mensen er energie in willen steken? Ik houd mijn personeel uit de wind van alle ballast die op het onderwijs afkomt. Het is in het onderwijs gegaan van tell me, show me, naar proof me. Ik loop nu 45 jaar mee. In die jaren is er in het onderwijs steeds meer vertrouwen bij mensen weggehaald. Gelukkig krijgen wij van de directeur bestuurder de vrijheid om ons eigen beleid te voeren. We hebben bijvoorbeeld een takenlijst en bespreken wie welke taak doet. Er worden geen uren aan gekoppeld. Niemand heeft zo het idee te veel of te weinig te doen. Je accepteert dat van elkaar. En zo niet, dan hoor ik dat terug en lossen we het op.” Rianne, leerkracht groep 7: “Het is heel belangrijk dat je het met collega’s fijn hebt. Dat je als team op één lijn zit, weet wat je het elkaar wil. We hebben geen taakurenlijsten. Onze kracht is dat je het met elkaar doet. Het managementteam legt heel veel verantwoording bij ons neer. Op andere scholen hoor je soms: ik zit al aan mijn uren! Hier wil iedereen taken op zich nemen doordat je met elkaar een fijne sfeer hebt. We verdelen de taken in goed overleg. Als je door persoonlijke omstandigheden een keer wat minder tijd hebt, wordt daar door collega’s rekening mee gehouden. Adjunct-directeur Henkjan: “In de drang naar beheersbaarheid moest alles op papier verantwoord worden. Die boot hebben wij een beetje afgehouden, wij geloven meer in eigen verantwoordelijkheid. Dus niet de klas in met afvinklijstjes, maar een open dialoog met de leerkracht. Rianne: “Het MT geeft ons veel verantwoordelijkheid. Ze weten hoe ik werk, ze vertrouwen me.” Jan: “We hebben wel degelijk instrumenten om zicht te houden op kwaliteit en schoolontwikkeling. Maar niet meer dan nodig is.”

#Een goed aannamebeleid is essentieel

Wat maakt dat sommige andere scholen wel zo vasthouden aan alle registratie?

Jan: “Onderwijsland is een braaf werkveld. Ik heb middels beurzen van de EEG heel wat landen afgereisd en weet daardoor wat
ertoe doet op een school. Belangrijk is om bij je aannamebeleid te kijken: is het iemand die past in het team? Matcht het met de anderen? We hebben een benoemingsbeleid waarbij niet alleen lesgeven belangrijk is, maar ook dat iemand binnen het team moet passen. Henkjan: “Er zijn scholen die zeggen als de organisatie maar goed is maakt het niet uit wie er voor de klas staat. Wij zijn een relatiegerichte school, een goed team maakt het prettig voor iedereen om hier te zijn.” Jan: “Als je een goede leerkracht aanneemt die niet matcht omdat hij/zij zich niet open durft te stellen, moet je er afscheid van durven nemen. Zeker als hij/zij zich niet laat coachen. Het aanbod aan leraren is gering, maar daar moet je je niet door laten leiden.” Henkjan: “Als we merken dat iemand zijn draai niet vindt, dan gaan we om tafel zitten. Waar schort het aan? We laten dat niet op z’n beloop. Kern van ons personeelsbeleid is dat het van allebei de kanten goed moet voelen. Humor is heel belangrijk. Daaruit vloeit voort: een fijne sfeer, goede resultaten, blije kinderen en een laag ziekteverzuim.” Jolanda, intern begeleidster: “Een functioneringsgesprek kan ook zo zijn zoals het bedoeld is: een open en eerlijk gesprek met elkaar. Dat heeft te maken met de positieve sfeer die hier heerst.” Jan: “Je hebt op een school drie types: mensen die de kar trekken, mensen die op de kar zitten en af en toe bijsturen en karhangers, die de kar tegen houden. Die laatste moet je niet hebben in je team. Dat klinkt wel heel hard als ik dat zo uitspreek, maar het kan zo het enthousiasme en werkplezier van iedereen onderuithalen en dat moet je dus proberen te voorkomen.”

#Een inkijkje in een team dat goed marcheert

Jan: “Door heel veel te geven krijg je als directeur weer heel weer terug." Rianne: “De deuren staan hier altijd open. Ik hoor wel eens van leerkrachten op een andere school dat je eerst een afspraak moet maken met de directeur. Het is fijn dat je met je vragen bij iedereen terecht kan.” Jolanda: “We zijn een bijzonder stel met elkaar, met hoe we met elkaar omgaan: hardwerkende mensen, die elkaar willen helpen, altijd collega’s die willen bijspringen. We werken vanuit passie met kinderen, humor, de bereidheid om aan te pakken. Dit maakt dat mensen niet of nauwelijks werkdruk ervaren. Als je een grote klas hebt met veel problemen, wordt er rekening gehouden met de extra taken die je hebt.”

Op de vraag hoe het komt dat in het onderwijs iedereen de werkdruk als hoog ervaart en bij ons minder, antwoordt

Henkjan: “Ik heb daar geen blauwdruk voor. Wel een aantal bouwstenen: de autoriteit van Jan als ervaren directeur; humor; goed personeelsaannamebeleid; het gevoel niet gecontroleerd te worden, gemotiveerde leerkrachten met passie voor kinderen en een grote hulpvaardigheid. Aan andere scholen zou ik willen zeggen: wees je bewust dat als je een team hebt dat niet marcheert, er niet 1,2,3 een oplossing is. Wij deden er ook lang over.” Rianne: “We werken allemaal met ontzettend veel plezier. We kunnen met elkaar lachen en huilen en we kunnen ons verhaal bij elkaar kwijt. We mogen onszelf zijn. Als ik in de bovenbouw sta en niet weet hoe iets moet, kan ik het gewoon vragen, je hoeft je niet beter voor te doen dan je bent. Je kunt je vragen altijd stellen. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. We doen het als team, we doen het met z’n allen en dat wordt gewaardeerd.” Jolanda: “De zorg voor leerlingen is een gedeelde verantwoordelijkheid. We hebben gesprekken met individuele leerkrachten, maar ook staat er elke personeelsvergadering leerlingbespreking op de agenda. Een aantal keer per jaar hebben we een hele uitgebreide leerlingbespreking. Alle collega’s zijn daarbij aanwezig. Leerkrachten die het kind vorig jaar hadden, kunnen met tips komen, leerkrachten voor volgend jaar kunnen daar weer wat aan hebben.” Rianne: “Ik sta al jaren samen met een duo, we voelen elkaar feilloos aan. We denken hetzelfde, weten waar we de nadruk op willen leggen. Allerbelangrijkste is dat het kind lekker in zijn vel zit. Na een pauze komen de kinderen af en toe ruziënd binnen. Dan kan er een taaltoets op het programma staan, maar zet ik eerst de klas in de kring om het uit te praten en ga dan pas verder.” Jolanda: “We zijn als school in verband met nieuwbouw twee keer verhuisd. Onvoorstelbaar hoeveel hulp we van ouders kregen. De eerste keer hadden we zelfs geen verhuisbedrijf nodig!” Jan: “We hebben een nieuw gebouw: 60% van je welbevinden wordt bepaald door omgevingsfactoren. Dat straalt ook af op de kinderen. Net als het lachen van leerkrachten op de gang: dat werkt door in het hele schoolklimaat.”

#Toekomstbestendig?

Jan vertelt terloops: “Volgend jaar ga ik met pensioen, daar zie ik best tegenop. Je moet afscheid nemen van iets wat je na aan het hart ligt.” Hoe verder bij een wisseling van directeur? Henkjan: "Het MT is adjunct, IB en directeur. Een nieuwe leidinggevende is natuurlijk wel opnieuw kalibreren. We werken nu 15 à 18 jaar als MT met elkaar samen en hebben altijd veel geïnvesteerd in de zoektocht naar nieuw personeel. Nu ook met de zoektocht naar een nieuwe directeur proberen we iemand te vinden die bij ons past. De school is voor ons een verlengstuk van ons leven, is heel belangrijk. Daar halen we motivatie uit.” Rianne: “Ik vind het heel erg dat hij weggaat, het is echt een mensenmens. Je kunt altijd bij Jan terecht. We zijn ons ervan bewust dat we het fijn hebben met z’n allen. De grootste wens is dat we een directeur vinden die bij ons team past.” Jolanda: “Het is best spannend, het is afwachten wat we terugkrijgen, we worden gelukkig actief betrokken bij de sollicitatieprocedure. We hebben een vacaturetekst opgesteld, maar wilden meer van onszelf laten zien. Dus hebben we met een filmpje op een speelse manier laten zien hoe we een directeur binnen onze school zien (zie hieronder). Dit als ondersteuning bij de zakelijke advertentie. Wat we met z’n allen hebben is niet iets wat in een paar jaar neergezet is. Dit is iets van jaren. Ik ben heel blij dat we ook vanuit de Viermaster (het bestuur) onze eigenheid mogen behouden. We weten dat we geen tweede Jan vinden, maar wat we hebben neergezet willen we niet kwijt.”