#Best practices verzuim: Protestantse Basisschool Eben Haëzer, Boskoop

Met een gemiddeld ziekteverzuim van 5,9% is het verzuim in het PO hoog in vergelijking met andere sectoren. Maar dat is niet over de hele linie het geval. Er zijn ook scholen waar sprake is van een structureel laag of continu dalend verzuim. Hoe komt dat? Welke aspecten spelen hierbij een rol? VfPf gaf onderzoeksbureau Regioplan opdracht dit voor de sector te onderzoeken. Centraal in het rapport staan 8 interviews met scholen met een laag verzuim. Lees hieronder interview 5.

#Investeren in een goede omgang met elkaar

Opvallend bij deze school is de grote vanzelfsprekendheid waarmee men heel bewust bezig is met preventie.

Directeur Martijn Kortleven vertelt over zijn school: “We zijn een éénpitter met een platte organisatie. Hier werken dertig mensen onder één directeur. We kennen elkaar persoonlijk en investeren in de goede omgang met elkaar. Er is betrokkenheid bij elkaar en een goede werksfeer. Verder heerst hier de mentaliteit dat je je niet zomaar een dagje ziekmeldt. Dat doe je alleen als je echt ziek bent.” Leerkrachten: “Het begint met mentaliteit: wanneer is ziek echt ziek?”

Woorden als hoog plichtsbesef, verantwoordelijkheidsgevoel, hoge motivatie vallen.

"We zijn een hecht open team en zitten veel bij elkaar. Niemand leeft op een eilandje en we kunnen zo bij Martijn binnenlopen.” Een leerkracht stipt aan wat een verschil dit kan maken in de werkbeleving: “Ik heb ook wel meegemaakt op een andere school dat
niemand in de personeelskamer zat, iedereen leefde langs elkaar heen. Hier zijn mensen heel collegiaal. Dat kan in de persoon zitten, maar we creëren ook bewust ontmoeting.” Verzuim is volgens deze directeur zeker beïnvloedbaar: “Als je niet goed met elkaar omgaat, roddelt, er negativiteit heerst, dan stijgt je verzuim. Bij ons gaan mensen graag naar hun werk, we letten op elkaar. Als iemand het moeilijk heeft door persoonlijke situatie, dan leven collega’s mee, en ze stimuleren ook dat degene ermee naar mij
komt (als ik er niet al van weet). Dan stel ik soms preventief voor: we doen het de rest van de week zo, ik regel die en die vervanging. Dat voorkomt erger. We hebben oog voor elkaar, maken preventief uitzonderingen, mensen voelen zich gezien. Een leerkracht verwoordt treffend: “Met preventie voorkom je doorsudderen met dagjes ziek.”

#Ga als directeur het gesprek aan

De school kent een vaste structuur bij ziekmelding.

Martijn licht toe: “Een leerkracht die ziek is meldt dat voor 7 uur bij mij, ik zoek vervanging en ‘s middags bel ik diegene hoe het gaat en hoe die over de volgende dag denkt. Soms hoor ik dat mensen graag willen, maar dat het nog niet gaat. En dat adviseer ik zelf, bouw het rustig op, begin ’s middags. Ik merk dat dit wordt gewaardeerd.” Een leraar vertelt: “Ik was vorig jaar ziek en twijfelde of ik weer kon beginnen. Eigenlijk kon het nog helemaal niet, maar ik twijfelde. De directeur zei toen: blijf nog maar even thuis, de vervanging is geregeld. Hij heeft goed inzicht wie hij moet motiveren om te komen of om nog even thuis te blijven.” Martijn: “Het is vaak zichtbaar en merkbaar als het niet goed gaat met iemand. Ik ga dan in gesprek en vaak wordt de oorzaak wel helder. Dit is ook iets wat overdraagbaar is naar andere scholen. Breng in kaart wie veel kort verzuimt en ga als directeur het gesprek met hen aan. Ik ben ervan overtuigd dat als je eerlijk het gesprek aangaat, dat er dan iets uitkomt. Daar kun je dan samen aan werken.”

Hij gaat ook soms het gesprek met leraren aan om hun te leren hun werk af te bakenen.

“Zet er voor vandaag een punt achter. Het werk is nooit af dus je moet zelf bepalen, het is mooi geweest voor vandaag. Ik heb dit nooit gezien als bijdragend aan verminderen van verzuim, maar wellicht draagt het ook bij.”

Leraren bepalen op deze school zelf hoe laat ze op school zijn en hoe ze hun tijd indelen. 

Een leerkracht die al langer op deze school werkt verwijst in haar verhaal hoe terloops opmerkingen van de directeur haar hielpen om de werkdruk behapbaar te houden: “We hadden een periode met veel fulltimers, singles, die zaten rustig tot zeven uur op school. Dan kwam de directeur wel eens langslopen, toen woonde ik nog thuis, je aardappels worden koud!”

#De school draagt bij in kosten psycholoog

Martijn: “Ik heb zelf ook veel geleerd van de vorige bedrijfsarts die we hadden. Die had een psycholoog die hij aanraadde. Het komt voor dat als ik klachten bij leraren verneem (die nog niet leiden tot verzuim), dat ik dan voorstel: je zou eens met deze psycholoog kunnen gaan praten. Dat is nu zes of zeven keer gebeurd en tot nu toe pakt elk traject goed uit. Collega’s die het betreft zijn er heel blij mee. En het voorkomt verzuim. Ik vermoed dat én de aandacht die er is voor het probleem én het feit dat deze collega goed begeleid wordt, uitval door ziekte voorkomt.”

U bent dus heel bewust bezig met preventie?

“Ja, ik geloof niet in trekken aan mensen. Dat zorgt juist voor burnout etc. Kernvraag aan een leraar is altijd: wat heb je nodig? Ik stel het hooguit voor (zoals voorbeeld psycholoog), de leerkracht beslist. Wat ook bijdraagt is dat de school de kosten van de psycholoog betaalt voor zover die niet vergoed worden door de zorgverzekering. Dat is ook een manier om de drempel laag te maken.”

Een leerkracht vertelt hierover uit eigen ervaring: “Ik had psychische klachten en ben naar de directeur gegaan. Hij stelde voor:
je komt wel elke dag naar school om het ritme vast te houden. Hij schrapte uit mijn rooster wat ik niet zag zitten. Hij vroeg ook: wil je zelf psychische hulp regelen of wil je dat via school? Ik was blij dat hij dit aanbood. Ik had eerder ervaringen met een  praktijkondersteuner van de huisarts en die waren niet positief. Hij kende een psycholoog waar meerdere collega’s ervaring mee hadden. Ik kon eerst eens rondvragen hoe zij dit ervaren hadden en dan beslissen. Dat was heel fijn want het was voor mij een hele drempel. Het was ook fijn dat hij met mij meekeek wat ik qua werkzaamheden aankon en wat nog niet, want dat kun je zelf niet als je dergelijke klachten hebt. Dus het was goed dat hij daarin stuurde. Pittige klassen deed ik bijvoorbeeld niet, individuele kinderen wel. En dan kwam er iedere keer een stukje bij. De directeur had ook geregeld dat ik met een vaste collega gesprekjes had. Dat gaf een veilig gevoel. Uit mezelf contact leggen lukte toen niet, dat zou je nu niet meer zeggen, maar toen lukte dat niet. Dit alles bij elkaar en de gesprekken met de psycholoog hebben goed uitgepakt, daardoor heeft deze periode relatief kort geduurd, anders was ik heel lang thuis geweest en weet ik niet hoe het afgelopen was.”

#Toekomstbestendig?

Stel, er volgt een wisseling van directeur.

De leerkrachten kijken elkaar aan, sommigen lachen eerst wat onzeker maar herpakken zich dan, wanneer dit onderwerp ter sprake komt. Al snel buitelen de antwoorden over elkaar heen: “We zullen hard moeten werken om dit vast te houden. Er is dan weer tijd nodig voor openheid naar die persoon.” En: “We hopen dan op iemand met dezelfde inzichten.” Gevolgd door: “Maar in principe redden we het, er is verantwoordelijkheidsgevoel.” En tot slot: “Heel belangrijk is de match tussen directeur en team.”