#Best practices verzuim: Openbare Basisschool De Kloetingseschool, Goes

Deel deze pagina:

Met een gemiddeld ziekteverzuim van 5,9% is het verzuim in het PO hoog in vergelijking met andere sectoren. Maar dat is niet over de hele linie het geval. Er zijn ook scholen waar sprake is van een structureel laag of continu dalend verzuim. Hoe komt dat? Welke aspecten spelen hierbij een rol? VfPf gaf onderzoeksbureau Regioplan opdracht dit voor de sector te onderzoeken. Centraal in het rapport staan 8 interviews met scholen met een laag verzuim. Lees hieronder interview 2.

#Dingen bespreekbaar maken

Wat opvalt als je praat met de directeur en leerkrachten van deze school is hoe kleine en grote interventies de school goed hebben gedaan.

Directeur Ron Meuldijk: “Ik ben vijf jaar geleden op deze school ingevlogen (door het bestuur) omdat ouders de regie hadden. Ik ging daardoor van een rustige polderschool naar een stadsschooltje. Ik heb het tij heftig moeten keren: ik heb partij gekozen voor de leerkrachten. Wij weten wat goed onderwijs is. Dat heeft de school tien leerlingen gekost. Ik ben nu bezig om alles weer wat open te stellen, om de inspraakmogelijkheden weer te vergroten. Ik ben trots op deze school en dit team. Als ik ouders vraag ‘waarom kies je voor deze school?’ Dan kunnen mensen daar niet direct de vinger op leggen. Ze zeggen dan: het is de sfeer die hier hangt, de geborgenheid.” Intern begeleidster Sacha van As vertelt: “We hebben nu sinds een jaar of vijf Ron als directeur. Het verschil met de vorige directeur is dat deze goed doorheeft of iemand op de juiste plek zit. Als iemand steeds dezelfde periode afwezig is, vraagt hij zich af hoe dat komt. Soms gaat iemand naar een andere groep of andere school of wordt hulp ingevlogen van directeur, IB of een buitenschoolse begeleidingsdienst.” Ron vertelt dat het dalende verzuim van de afgelopen jaren deels komt door één interventie. “Bij één leerkracht die al jaren op dezelfde groep staat, daarbij viel het mij op uit het systeem dat er altijd in een bepaalde periode van het jaar moeilijkheden waren met die groep en dat in die periode ook altijd verzuim was bij de leerkracht. Ik ben het gesprek aangegaan, heb de leerkracht geconfronteerd met wat ik in de systemen zag. Vervolgens in overleg met de leerkracht besloten om het werk anders in te delen op die groep. Sindsdien blijft het ziekteverzuim achterwege en daar zijn we allebei blij mee.”

Die ruimte is er dus om werk anders in te delen?

Ron: "Ja, daar zijn mogelijkheden. Bij ons team is ook altijd onderdeel van het formatieplan: waar voel je je blij mee? Dit jaar is daardoor een leerkracht van groep 7 naar groep 4 gegaan. Dit is ook onderdeel van de functioneringsgesprekken die ik voer. Daar praten we altijd samen heel open over knelpunten die men ervaart.” Sacha: “Het is fijn dat dingen bespreekbaar gemaakt worden. Waar is iemand het beste op zijn plek? En collega’s die onderling vragen ‘hoe gaat het?’ Je staat alleen voor de groep, maar school ben je met z’n allen.”

#Het samenspel tussen team en directeur

Het team op deze school is redelijk stabiel.

Ron: “We hebben vier mannen in het team. Dat doet het goed voor de sfeer, we hebben een gezonde mix. Verder is er een vaste kern. Dan ga je je mensen ook kennen, krijg je een antenne.” Hoe doet u dat, een antenne krijgen? “Ik ben veel in de klassen bij lessen aanwezig, voer veel gesprekjes op de wandelgangen.” Joost Mutsters, leraar groep 8: “De directeur komt regelmatig onaangekondigd binnen. Niet alleen in voorbereiding op functionerings- of beoordelingsgesprekken, dat scheelt in het voelen van druk. Het is min of meer gewoon dat hij af en toe binnenkomt.”

Op de vraag wat de kern is van zijn personeelsbeleid antwoordt

Ron: “Mensen inspraak geven in taken; open communicatie en als ik twijfel bied ik mensen een opening om ergens over te praten. Ik sta niet op een voetstuk, ben één van ons. Ik hak wel knopen door als we er niet uitkomen.” Joost: “We zijn een mooi gemixte balans met het hele team qua expertise, doelgroep, waarbij iedereen op zijn plek zit. We hebben een periode veel wisselingen gehad, ook binnen de formatie (switchen van groep). Toen hebben we er een keer een ochtend aan gespendeerd tijdens een studiedag, hoe iedereen het komende schooljaar voor zich zag. Daar is dit plaatje uit gekomen.” Sacha: “Je mag het aangeven als een klas niet lekker loopt. We hebben intervisie, hoe is iets op te lossen, wat kun je zelf doen? Er is de mogelijkheid
om alles open te kunnen bespreken. En als iets niet lukt, dat mag ook, dan kijken we wat nu.” Joost: “We bespreken leerlingen en opvallende zaken. Wie kan helpen? Wie heeft tips? Daardoor heb je het idee dat je het echt samen doet.” Sacha: “De directeur heeft dat zo opgezet. Deze intervisie waren we niet gewend.” Joost: “We boffen heel erg met de directeur, in de zin: hij geeft leiding aan de school en het team, maar laat ook een stukje los. Dat moet het team regelen, zelfbestuur hoe je het wilt noemen. Hij laat mensen in hun waarde en benadert heel veel op een positieve manier. Je hebt nooit het gevoel dat je wordt afgerekend. Het is een echt mensenmens, iemand met een duidelijke visie die op een menselijk manier leidinggeeft. Dat speelt heel erg mee. Iedereen doet het op zijn manier, maar ik vind dit heel erg prettig. De collegialiteit van directeur en als collega’s. Als iemand een uur of dagdeel weg moet voor doktersbezoek of met zijn kind naar de huisarts, dan wordt dat intern opgelost, dan springt de directeur of een collega in. Dat geeft een goed gevoel: als er iets is, kan ik met een gerust hart weg. Ik hoor van andere scholen wel dat mensen zich ziek moeten melden als hun kind ziek is omdat ze het anders niet voor elkaar krijgen. Hier regelen we dat op deze manier. Dat je weet dat je als het nodig is weg kan, dat het dan doorloopt.” Ron: “Het is niet te kopiëren. Maar ga zelf als directeur eens voor de klas staan. Leerkrachten moeten alles na schooltijd doen. Bij mij mag het onder schooltijd, dan neem ik de klas even over. Bijvoorbeeld afspraken voor specialistische hulp of ouders die onder schooltijd een afspraak willen maken. Ik schep de voorwaarden om mensen binnen te houden. Hier op school heerst de wetenschap dat we het samen doen.”

#Het nut van een goede bedrijfsarts

Ron vertelt: “Bij ziekte bellen leraren zo vroeg mogelijk. Dan regel ik iets via de invalcentrale of het schuiven van parttime dagen van collega’s of ik ga zelf voor de klas. Vaak gaat het om kort verzuim. Dan peil ik de behoefte aan contact met de bedrijfsarts.”

Wat zijn over het algemeen de ervaringen met de bedrijfsarts?

“Toevallig vorig jaar contact mee gehad. Toen ging een leerkracht eerst zelf en ben ik de tweede afspraak mee geweest. Toen samen een plan opgesteld hoe deze leerkracht de draad weer kon oppakken. Ik vond de bedrijfsarts heel goed.”

Wat maakt dat u de bedrijfsarts goed vond?

"Omdat hij zich durfde te verplaatsen in het lot en de werkzaamheden van de ander. Dat doet deze coöperatie van
bedrijfsartsen. Daardoor is er geen drempel. En dat heb je nodig bij een goede bedrijfsarts. De leerkracht is weer gere-integreerd.” Sacha: “Ik had een operatie die herstel vergde. De directeur legde contact met mij en ik werd ook opgeroepen door de bedrijfsarts. Samen bekeken we wat haalbaar was. We hebben een plan opgesteld voor opbouw van uren. De directeur had achtervang geregeld zodat er altijd iemand in school was. Positief vond ik het opbouwschema van de bedrijfsarts. Ik dacht zelf dat ik er met twee weken wel weer zou zijn, maar dat was lang niet het geval, daar heeft de arts goed in gestuurd.”

#Een kijkje in de school

Sacha: “We konden kiezen voor een extra leerkracht voor één dag of een onderwijsassistent met meer uren. We hebben gekozen voor de onderwijsassistent, want daar zijn meerdere groepen mee geholpen.” Ron: “Ik heb twee onderwijsassistenten kunnen benoemen. Dat wordt als een goede maatregel ervaren als het om reductie van verzuim gaat. De onderwijsassistenten gaan soms met kleine groepjes uit de klas, waardoor de leerkracht meer tijd heeft voor rest van de klas. Verder hebben we hier een soepautomaatje waar je een praatje met elkaar kunt maken en waardoor het werken beter vol te houden is; vers fruit; leuke dingen samendoen, hapje eten met elkaar. Die dragen bij aan betrokkenheid en die is (van leerkrachten) groot.” Sacha: “Humor is heel belangrijk, dat je met z’n allen kan lachen, relativeren. Je maakt pittige dingen mee, dan is het goed om ook flink met elkaar te lachen. We hebben een continurooster tot 14 uur. Daarna staat iedereen aan de koffietafel. Gesprekken na school of met ouders plannen we pas na 14.30 uur. Daar houden we ons aan. Anders zien we elkaar nooit. Die gezamenlijke pauze is voor ons heel belangrijk. Het is pittig om zo lang achter elkaar te werken, maar we hebben ervoor gekozen omdat de situatie daarvoor niet beviel. Toen werd de overblijf gedaan door een partner in de kinderopvang. Dat gaf vaak hommeles tussen de middag wat kinderen meenamen in de klas, dan waren er vaak dingen die opgelost moesten. We proberen ook voor de vakantie altijd even wat te gaan
drinken op een terrasje, met z’n allen op pad te gaan. Dat kwam voort uit de functioneringsgesprekken: men miste momenten samen. Nu komen mensen ervoor terug als het niet hun werkdag is.” Joost: “Het is een hele prettige omgeving om hier te werken. Een heel hecht team dat open naar elkaar is en respectvol. Dat draagt bij aan het klimaat in het team. Dit is de derde school waarop ik lesgeef, allemaal onder hetzelfde bestuur. En ik heb gemerkt dat het heel schoolafhankelijk is hoe omgegaan wordt met verzuim. De bedrijfsarts is bovenschools geregeld, maar hoe het op de scholen zelf gaat hangt af het team en de directeur, van de sfeer in het team. De collegialiteit ervaar ik daarin als heel belangrijk. Dat je niet het gevoel hebt dat je er alleen voor staat. Heel concreet door intervisie te hebben over leerlingen. Of  een collega die zei: je bent zo veel voor mij aan het werken (ik hielp haar met de computers) heb je een stapel schriften? Dan kijk ik wat voor je na. Hoe het op scholen gaat heeft natuurlijk ook te maken met de populatie. Op een kleine school moet hetzelfde gebeuren als op deze school (activiteiten, voorbereiden, MR) en dus krijg je automatisch meer taken op je bord. Je kunt niet zeggen: we doen dit jaar geen schoolreisje.”